Junie Morrison (1954 – 2017)

{3 Comments}

Door Marcel Visser

Het was in 1973 toen ik voor het eerst kennis maakte met de muziek van The Ohio Players. Het album Ectasy sloot perfect aan bij de muziek van Funkadelic, die notabene op hetzelfde label zat: Westbound Records uit Detroit.

Het was vooral de stem van Walter “Junie” Morrison die me aantrok. Van funk, blues tot jazz, ongeacht het genre zong hij elk nummer met overtuiging. Importplaten waren in de beginjaren ‘70 nog lang niet overal verkrijgbaar. Toch lukte het me om alles van The Ohio Players te bemachtigen, zo ook de drie solo-platen die Junie op het Westbound label uitbracht: When We Do, Freeze en Suzie Thunder Groupie. Op bijna alle albums werden de instrumenten door Junie zelf ingespeeld. De liveband waarmee Junie op tournee ging bestond voornamelijk uit leden van de groep “Crowd Pleasers”, die eveneens voor Westbound een album maakten.

Nadat Junie eind ’73 uit de The Ohio Players stapte en 3 solo albums opnam voor Westbound werd het stil rondom zijn persoon. George Clinton haalde de eigenzinnige Junie toen over om deel uit te maken van zijn productieteam. Dat was voor George aanvankelijk wel even wennen. De werkwijze van Junie was anders dan hij gewend was. Junie was iemand die het liefst helemaal alleen in de studio te werk ging. Dat was ook het geval toen hij met het oorspronkelijke idee achter het nummer One Nation Under A Groove aan de slag ging. Junie wilde hier persé iets mee doen. Na een flinke discussie vertrouwde George de productie uiteindelijk toe aan Junie. Na enige druk van de platenmaatschappij, die aandrong op een nieuw nummer, zei Junie op fluisterende toon: “It can be done, It can be done”.

Na drie dagen noeste arbeid in de studio kwam Junie met een mix naar buiten die een ieder verraste. One Nation Under a Groove was een feit en steeg in korte tijd naar nummer 1. Op het gelijknamige album drukte Junie zijn onuitwisbare stempel; hij schreef mee, produceerde en had de lead op een aantal tracks. Het kon niet uitblijven dat ook het album de nummer 1 status zou bereiken.

Junie heeft ook een behoorlijk aandeel in het solo album All The Woo in the World (1978) van die andere funky keyboard wizzard Bernie Worrell. Niet als Junie Morrison maar als zijn alter ego J.S. Theracon wordt hij op het album vermeld, een pseudo die we later vaker zouden tegenkomen. Opvallend is dat Junie altijd op de achtergrond blijft en zelden een interview geeft. Al deed hij nog zo zijn best om zo min mogelijk in beeld te komen, hij was toch vaak te herkennen als de mysterieuze man met de zonnebril schuilend onder zijn cape. Junie lijkt aan een vorm van schizofrenie te leiden wat ook naar voren komt in zijn manier van werken.

Tot 1979 doet Junie nog live optredens. Zo zien we hem op 8 december 1978 in de Jaap Edenhal in Amsterdam tijdens het concert van Parliament Funkadelic op het podium met Bernie Worrell achter de keyboards. Junie is de man met de cape.

Junie blijft samenwerken met George maar doet minder productiewerk wat alles te maken zou hebben met de voorbereiding van zijn vierde soloalbum Bread Alone dat in 1980 verschijnt. De plaat komt uit op het Amerikaanse CBS label. Vanzelfsprekend is Junie voor het leeuwendeel verantwoordelijk voor de produktie. Een van de achtergrondzangeressen is Lynn Mabry, ex-Brides of Funkenstein lid en inmiddels het liefje van Junie. Met haar krijgt Junie een dochter die zij Akasha noemen. Akasha is zover bekend Junie’s enigste kind.

In 1981 verschijnt eveneens op CBS “5”, het vijfde soloalbum van Junie. Opvallend daarop is het nummer Jarr The Ground, geschreven door leden van The Ohio Players, William Beck, Clarence Willis, James Williams en Leroy Bonner. In datzelfde jaar brengt Junie op zijn eigen label Akashic Records nog een waanzinnig goede 12” uit onder zijn pseudoniem J.S. Theracon. Hierop staan de nummers Bucket O’ Duckets en Shake It Like T.Mofo.

In 1983 verhuist Junie naar London, mede omdat de muziekindustrie daar voorop loopt op die in de Verenigde Staten. Junie komt al gauw in aanraking met nieuwe muzikale uitdagingen en gaat een relatie aan met Jeremy Hale, een van de leden van Haysi Fantayzee. Het excentrieke duo duikt steeds verder in de Londense muziek. Junie raakt in de ban van de opkomende techno-sound en gaat, duidelijk hierdoor geïnspireerd, weer de studio in. Sommigen noemen het resultaat “geniaal” maar de funkliefhebber wil niets weten van het door Island Records uitgebrachte album Evacuate Your Seats. Ik heb in deze periode veel contact met zijn Engelse manager Mike Jessop. Mike liet me weten dat Junie erg gefrustreerd was over hoe zijn nieuwe album in Engeland werd ontvangen. Junie overweegt daardoor om weer naar de Verenigde Staten te verhuizen, maar niet voordat ik hem heb voorgesteld aan een groep jonge Amsterdamse rappers genaamd “Freak-A-Ristic”. Deze jongens waren de pioniers van de rap en hiphop scene in Nederland en zagen eruit als de kinderen van Afrika Bambaataa. Junie is onder de indruk en komt, zoals altijd goed voorbereid, naar Amsterdam. Junie had een nummer geschreven dat perfect paste bij hun sound: Nursery Rhymes. Iedereen loopt over van enthousiasme. Plannen werden gesmeed voor twee 12 Inches en een album. Zover zou het nooit komen. Het management van de Amsterdamse rappers bood Junie voor zijn werk een beledigende grijpstuiver. Junie is op dat moment klaar met zijn Amsterdamse avontuur en wil alleen nog maar terug naar de U.S.A. Er komt in 1985 nog wel een Engelse productie van One Nation Under A Groove uit van de groep “Masquerade”, maar die slaat niet aan.

Voor zijn vertrek naar Amerika overhandigt Junie mij nog twee cassettes met nooit eerder uitgebrachte producties waaronder One Kingdom United, de opvolger van de wereldhit One Nation Under A Groove. Deze tapes laten horen hoe goed Junie’s producties uit de beginjaren ‘80 waren. Slechts twee van deze nummers zouden later op plaat worden gezet.

In de Verenigde Staten richt Junie zich op een nieuwe carrière als computertechnicus. Hij leert nieuwe toepassingen van computers in de muziek die hij later volop zou gaan gebruiken. In 1985 werkt hij mee aan Some Of My Best Friends Are Jokes, het soloalbum van George Clinton.

Inmiddels is het gebruik van samples de trend. Composities van Junie worden volop gebruikt door o.a. Digital Underground, X-Clan, Ice-Cube, Little Shawn en Yo-Yo. Zelf laat Junie na jaren weer van zich horen als het door hem geschreven en geproduceerde nummer Young Soul Rebels van Mica Paris wordt gebruikt als titelsong van de gelijknamige film uit 1991.

Met zijn Deep Freeze production company levert Junie verschillende tracks af voor met name U.K. artiesten waaronder Soul II Soul.

Als Junie naar Canada verhuist blijft het wederom lang stil rondom zijn persoon. Voor de buitenwereld is hij zo goed als onbereikbaar. Ik prijs mezelf gelukkig dat hij mij nog wel toeliet in zijn wereld. Junie sprak altijd op vrij zachte toon en had het vaak over ‘the new sound’. Hij volgde de ontwikkelingen in de popmuziek op de voet, en dan met name in Europa omdat daar toch de meest belangrijke nieuwe trends vandaan kwamen. Ik vroeg hem of hij ooit nog iets met zijn oudere opnamen wilde gaan doen maar Junie wilde het liefst vooruit kijken en niet terugvallen in het verleden.

In een van de gesprekken vroeg ik aan Junie of hij interesse had om ooit weer met George de studio in te gaan. Junie liet me weten dat dat een mogelijkheid kon zijn. Ik belde daarna met George, die zelf geen contact meer had met Junie omdat hij onvindbaar was. Ik vertelde aan George dat Junie bereid was om te werken aan nieuwe producties. De nieuwe samenwerking met George resulteerde in één van de beste funkalbums van de laatste 25 jaar, te weten T.A.P.O.A.F.O.M. van George Clinton & The P-Funk All Stars dat Sony in 1996 uitbracht.

Zo plotseling als Junie verscheen, zo snel was hij ook weer vertrokken. Hij pakte de draad weer op van zijn voornamelijk electro-dance producties. In 2004 verschijnt eindelijk weer een soloalbum: When the City. Een geweldige plaat met onder meer de verrassende track That Dress, wat in feite een nieuwe versie is van Red dress uit 1983.

Junie wordt daarna super actief op social media met een eigen Facebook pagina, website en wat al niet meer. Desondanks bleef hij nog steeds de man achter de schermen. Op 15 Januari jl. reageert Junie voor het laatst op Facebook. Daarna volgt plotseling het nieuws dat hij is overleden. Waaraan Junie is overleden blijft onduidelijk. Zelfs na zijn dood blijft Junie een mysterieus genie.

R.I.P. Junie.

3 Comments…

 Share your views
  1. Erg mooi geschreven Marcel!
    Dit had niemand beter kunnen doen

  2. Dank Marcel voor deze uitstekende bijdrage, hoe triest de aanleiding ook is.
    Ter herinnering:

    https://www.youtube.com/watch?v=tECDgsQY1Z0

  3. Great story! Junie r.i.p.

Plaats reactie

Your email address will not be published.

*